Medische retina

Leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD)

Wat?

LMD is een aandoening van het netvlies, de achterste bekleding van de oogbol.

Deze laag bestaat uit visuele receptoren en zenuwvezels. De gele vlek of macula is het deel van het netvlies dat verantwoordelijk is voor de centrale gezichtsscherpte.

Bij LMD hopen zich afvalstoffen/vetstoffen (drusen/exsudaten) op ter hoogte van de macula en ontstaan er pigmentverschuivingen. Eveneens kunnen fijne bloedvaatjes groeien van slechte kwaliteit die gaan lekken. Hierdoor ontstaan er bloedingen en vochtophopingen onder het netvlies.

Er bestaan 2 vormen namelijk de droge (niet exsudatieve/atrofische) vorm en de natte (exsudatieve/neovasculaire) vorm.

Symptomen?

  • verminderde gezichtsscherpte
  • centraal scotoom (= donkere/zwarte vlek in het midden van het beeld)
  • metamorfopsie (= beeldvervorming, rechte lijnen lijken krom)

Risicofactoren?

  • leeftijd (60+)
  • erfelijkheid
  • geslacht (vrouw > man)
  • blanke ras
  • roken
  • voeding
  • zonblootstelling
  • hoge bloeddruk
  • lichte iriskleur (blauw > bruin)
  • verziendheid

Onderzoeksmethoden?

Oogfundus onderzoek, dit gebeurt bij een standaard nazicht van de ogen.

Via OCT (Optical Coherence Tomography) kan men de verschillende lagen van het netvlies in beeld brengen. Het is gebaseerd op de principes van een echografie.

Fluoangiografie is een onderzoek waarbij na het intraveneus inspuiten van een kleurstof (fluoresceïne) foto’s worden genomen om de bloedvaten van het netvlies te visualiseren en op die manier de diagnose te verfijnen.

Behandeling?

De behandeling is afhankelijk van het type LMD.

Bij de droge vorm worden vitaminesupplementen met Luteïne en Zeaxanthine voorgeschreven (AREDS 2 studie). Regelmatige opvolging wordt eveneens aangeraden.

Bij de natte vorm wordt er een product in het glasvocht van het oog ingespoten dat de groei van nieuwe bloedvaatjes zal tegengaan (anti-VEGF). In zeldzame gevallen kan ook een laserbehandeling nodig zijn. Regelmatige follow-up is eveneens belangrijk.

Diabetische retinopathie (DRP)/ diabetische maculopathie (DME)

Wat?

Afwijkingen ter hoogte van de bloedvaten op het netvlies door een verhoogde bloedsuikerspiegel.
De bloedvaten voorzien het netvlies van zuurstof en voedingsstoffen.
Bij de niet proliferatieve vorm treden er microaneurysmata (kleine uitzettingen van bloedvaten) en kleine bloedingen op.
Bij de gevaarlijke proliferatieve vorm zijn de bloedingen veel groter en worden grote delen van het netvlies onvoldoende voorzien van zuurstof (ischemie).
Door lekkage van bloedvaten kan er een vochtophoping ontstaan ter hoogte van de gele vlek, dit noemt met maculair oedeem.
Plots zichtverlies kan veroorzaakt worden een bloeding in het glasvocht.
In ernstige gevallen kan door tractie een netvliesloslating ontstaan.

Symptomen?

  • verminderde gezichtsscherpte
  • wazig zicht
  • minder goede detail waarneming
  • zwarte vlekjes of lichtpuntjes in het gezichtsveld

Risicofactoren?

  • verhoogde bloedsuikerspiegel
  • hoge bloeddruk
  • hoge cholesterol/vetten in het bloed
  • roken
  • onvoldoende lichaamsbeweging

Onderzoeksmethoden?

Oogfundus onderzoek na pupilverwijding via druppels
OCT
Fluoangiografie

Behandeling?

Retinale laserbehandeling

  • PAN ter hoogte van perifere netvlies
  • Focaal maculaire laser/grid laser ter hoogte van de macula

Intravitreale injecties met anti-VEGF of corticoïden

Hypertensieve retinopathie

Wat?

Afwijking ter hoogte van de bloedvaten van het netvlies door hoge bloeddruk.
Vergelijkbaar met de afwijkingen bij diabetes.

Behandeling?

Bloeddrukverlaging via medicatie
Retinale laser
Intravitreale injecties

Centraal veneuze occlusie (CVO) / Tak veneuze occlusie (BRVO)

Wat?

Door een vernauwing van een ader op het netvlies of door een bloedklonter kan het bloed niet goed afgevoerd worden uit het oog. Hierdoor ontstaat er een vertraging van de bloedstroom en gaan aders uitzetten door een verhoogde druk. Met gevolg ontstaan er bloeduitstortingen op het netvlies. Eveneens kan het netvlies ischemisch worden door zuurstof gebrek en/of ontstaat er oedeem in de retinale lagen (zwelling/vochtophoping).

Symptomen?

Plots pijnloos visusverlies aan 1 oog of wazig zicht.

Risicofactoren?

  • leeftijd
  • roken
  • hoge bloeddruk
  • verhoogde cholesterol/vetten in het bloed
  • hyperviscositeit
  • diabetes
  • cardiovasculaire aandoeningen

Onderzoeksmethoden?

Oogfundus onderzoek
OCT
Fluoangiografie

Behandeling?

Observatie
Intravitreale injecties met anti-VEGF of corticoïden
Retinale laser

Centraal arteriële occlusie (CRAO) / Tak arteriële occlusie (BRAO)

Wat?

Een embool kan een slagader op het netvlies afsluiten.
Indien er een bloedklonter vast komt te zitten in de hoofdslagader van het oog wordt het een centraal arteriële occlusie genoemd. Zit het klontertje in een aftakking van de hoofdslagader noemt men dit een takocclusie.

De schade die dit met zich meebrengt is vrijwel onherstelbaar want het netvlies heeft ernstig zuurstofverlies geleden. Bij een zuurstof tekort van >90 minuten kunnen de verschillende lagen van het netvlies afsterven en kan het zicht niet meer verbeterd worden. Slechts 10% van de patiënten heeft visusherstel.

Symptomen?

Plots pijnloos ernstig visusverlies aan 1 oog.

Risicofactoren?

  • atherosclerose of verkalking van de bloedvatwanden
  • roken
  • leeftijd
  • embolen (cholesterol, fibrine, calcium, tumor, vet, talk)
  • vasculitis of ontsteking van de bloedvatwanden
  • bloedstollingsstoornis
  • collageen vasculaire aandoening (lupus, polyarthritis nodosa, Wegener granulomatose)
  • trauma
  • migraine
  • orbita mucor
  • fibromusculaire hyperplasie
  • ziekte van Behcet
  • leukemie

Onderzoeksmethoden?

Oogfundus onderzoek
OCT
Fluoangiografie

Behandeling?

Verlaging van de oogdruk (paracentese, oogbolmassage, drukverlagende druppels)
Retinale laser bij neovascularisatie